Weerbare teeltsystemen beginnen bij veredeling
De maatschappelijke discussie over gewasbescherming gaat vaak over het verminderen van middelengebruik. Maar wat als de eerste stap naar minder middelen helemaal niet op het perceel wordt gezet? Wat als die oplossing jaren eerder begint, tijdens de ontwikkeling van een nieuw ras?
Volgens Robert Graveland, Head of R&D bij Royal HZPC Group, vormt veredeling de basis voor sterkere, duurzamere en toekomstbestendige aardappelteelten. Maar een goed ras alleen is niet genoeg, benadrukt Frank van der Werff, Hoofd Productie. Juist de combinatie van genetica, teeltmaatregelen en praktijkkennis van bodem tot ziekten maakt een teeltsysteem écht weerbaar en duurzaam.
De oplossing begint vóór de teelt
Discussies over gewasbescherming gaan vaak over middelengebruik. Begrijpelijk, vindt Robert Graveland, maar wat hem betreft begint het verhaal daar niet. "Bij veredeling voorkom je het probleem, in plaats van dat je het later moet bestrijden”, legt hij uit. Wachten we tot een ziekte zich in het veld aandient, dan zijn we voortdurend bezig met oplossingen achteraf voor iets dat bij de bron al te ondervangen was. "Alles wat je in de veredeling oplost, hoef je later niet of in veel mindere mate te bestrijden”, aldus Robert.
Dat maakt veredeling volgens hem tot het fundament van de hele keten: "Alles wat in de veredeling niet voldoet aan de hoogste eisen, moet je later ergens anders in de keten managen. Als je het in de veredeling oplost, kan de rest van de keten daarop leunen." Daarmee raakt hij een fundamenteel verschil in denken; gewasbescherming is vaak gericht op het beheersen van problemen, veredeling richt zich op het voorkomen ervan.
"Alles wat je in de veredeling oplost, hoef je later niet meer te bestrijden."
Een weerbaar ras is vooral een betrouwbaar ras
De term 'weerbaarheid' wordt binnen de sector steeds vaker gebruikt, maar volgens Robert gaat het om meer dan ziekteresistentie alleen. "Uiteindelijk is een weerbaar ras een betrouwbaar ras”, zegt hij. Een ras moet onder uiteenlopende omstandigheden blijven presteren. Niet alleen wanneer het seizoen meezit, maar ook wanneer het klimaat zich minder voorspelbaar gedraagt.
Dat laatste wordt volgens hem steeds belangrijker: droge jaren, natte jaren, hittepieken en nieuwe ziektedruk zorgen ervoor dat veredelaars voortdurend nieuwe afwegingen moeten maken. Ook in Nederland. "We zien dat de extremen toenemen. Dat heeft effect op de weerbaarheid van de plant. Een ras moet niet alleen bestand zijn tegen ziekten en plagen, maar ook tegen veranderende omstandigheden”, aldus Robert.
Voor telers vertaalt die betrouwbaarheid zich uiteindelijk naar iets heel concreets: zekerheid. Een teler wil weten wat een ras doet, zo stelt Frank van der Werff. “Dat het opbrengst geeft, kwaliteit levert en doet wat je ervan verwacht.”
Waarom resistentie alleen niet voldoende is
Bij resistente rassen wordt vaak gedacht aan een eenvoudige oplossing: ze zouden gewasbescherming overbodig maken. De werkelijkheid ligt volgens Robert en Frank genuanceerder. Sommige resistenties, zoals tegen virus, zijn zeer stabiel. Andere zoals tegen Phytopthora, kunnen op termijn worden doorbroken doordat ziekteverwekkers zich aanpassen. Daarmee ontstaat een belangrijk inzicht: een resistent ras is geen eindpunt, maar een voorsprong die je zorgvuldig moet beheren.
Juist daarom blijft naast de veredelingsstrategie ook zorgvuldig resistentiemanagement belangrijk. "Bij bepaalde resistenties moet je gericht blijven beschermen om te voorkomen dat de ziekte zich aanpast. Daarmee bescherm je uiteindelijk ook de duurzame inzetbaarheid van het ras”, legt Robert uit. En zelfs een sterk resistent ras verandert niet meteen de hele teelt op een bedrijf: zolang niet het volledige rassenpakket van een teler virusresistent is, blijft bestrijding van bijvoorbeeld luizen nodig voor de rest.
Volgens Frank zit daar misschien wel het grootste misverstand in het huidige debat. Een resistent ras betekent niet dat een teler achterover kan leunen. "Een teler heeft altijd keuzes en mogelijkheden om de ziektedruk te verlagen", legt hij uit. "Door meerdere maatregelen te combineren, kun je veel bereiken." Juist die combinatie van genetica, teeltmaatregelen, gewasrotatie en vakmanschap bepaalt uiteindelijk hoe weerbaar een teeltsysteem werkelijk wordt.
"Resistenties zijn een groot onderdeel van de oplossing, maar ze zijn niet alles."
Van sterke rassen naar weerbare teeltsystemen
Daar komt Integrated Crop Management (ICM) om de hoek kijken. Het Convenant Gewasbescherming zet hier sterk op in en binnen Royal HZPC Group onderschrijven we die benadering volledig. Volgens Frank ontstaat verduurzaming niet door één maatregel, maar door de combinatie van verschillende bouwstenen. "Het is een samenspel van genetica, teeltmaatregelen en gewasbescherming. Het één kan niet zonder het ander”, aldus Frank.
Naast de keuze voor een geschikt ras zijn er tal van factoren die invloed hebben op de weerbaarheid van een gewas, denk aan bodemgezondheid, watermanagement, bemesting, monitoring en rotatie. "Een teler heeft altijd keuzes en mogelijkheden om de ziektedruk te verlagen. Door meerdere maatregelen te combineren, kun je veel bereiken”, zegt Frank.
Wat we de afgelopen jaren hebben geleerd
De kennis over resistentie en weerbaarheid is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Veredelaars begrijpen niet alleen steeds beter hoe resistentie werkt, maar ook hoe ziekteverwekkers zich gedragen en aanpassen. Robert: "We hebben geleerd dat ziekten zich niet alleen aanpassen aan resistenties, maar ook aan middelen. Daardoor weten we steeds beter wat nodig is om een oplossing langdurig effectief te houden."
Daarnaast is duidelijk geworden hoe groot de invloed van klimaatverandering is. In een droog jaar reageert een ras anders dan in een nat jaar en juist die onvoorspelbaarheid vraagt om rassen die op meerdere fronten tegelijk weerbaar zijn. Tegen schimmelziektes, maar ook tegen droogte, hitte en andere abiotische omstandigheden.
Ook in de praktijk ziet Frank nieuwe uitdagingen ontstaan. “Sommige ziekten die jarenlang nauwelijks zichtbaar waren, steken opnieuw de kop op. Tegelijkertijd verschijnen nieuwe bedreigingen. Zo vormt Stolbur in delen van Zuid-Europa een groeiend probleem. De ziekte wordt verspreid door cicaden, insecten die zich na warme periodes verplaatsen.” Volgens Frank benadrukt dit waarom weerbaarheid steeds breder moet worden bekeken dan alleen gewasbescherming.
Vooruitkijken: van bodem tot data
Ook voor de komende jaren zien Robert en Frank veel ruimte voor verbetering, niet alleen rond acceptatie in de keten van nieuwe rassen zelf, maar in het hele teeltsysteem. Robert: “Soms kan minder ook beter zijn: iets minder stikstof maakt een plant bijvoorbeeld minder gevoelig. En in sommige landen wordt met irrigatie eenvoudig onnodig veel water gegeven. De data die daarbij wordt verzameld, maakt het mogelijk om steeds betere teeltmodellen te bouwen.”
Ook leren telers en veredelaars vooruit te kijken in plaats van achteraf te reageren. Robert: “Wat je in de zomer teelt, bepaalt hoe goed het zich in de winter laat bewaren. Waar het uiteindelijk op neerkomt in de praktijk, is dat je steeds beter leert welke maatregelen op welk moment het meeste effect hebben.”
Volgens Frank begint die afweging vaak al bij de keuze welk ras op welk perceel wordt geteeld. “Telers kijken steeds bewuster naar de omstandigheden op hun bedrijf. Op basis van bodem, ziektedruk en perceel geschiedenis maak je keuzes die bijdragen aan een weerbaarder gewas.” Ook ziet hij dat sommige telers bewust kiezen voor vroege rassen, zodat gewassen bepaalde ziekten eenvoudig voor kunnen blijven.
Verduurzaming vraagt om meer dan innovatie alleen
Opvallend genoeg ziet Robert niet alleen de ontwikkeling van nieuwe rassen als uitdaging. Minstens zo belangrijk is de snelheid waarmee innovaties hun weg naar de praktijk vinden. "De uitdaging zit niet alleen in de veredeling zelf. Die zit ook in de acceptatie in de keten van nieuwe duurzame rassen die ook meer waarde toevoegen in opbrengst en kwaliteit.”, aldus Robert.
Dat vraagt tijd: een nieuw ras heeft ongeveer zeven jaar nodig om zich onder verschillende omstandigheden te bewijzen voordat het op grote schaal wordt geteeld. Daarna begint een tweede traject, waarin telers en klanten moeten leren hoe het ras optimaal geteeld, bewaard en toegepast kan worden. "Wij moeten een ras betrouwbaar introduceren. Daarna moeten klanten en telers het ras leren kennen en leren telen. Dat kost tijd, maar is essentieel”, legt Robert uit. De noodzaak is groot om met de modernste veredelingssystemen toekomstbestendige rassen te ontwikkelen en succesvol te introduceren.
Werken aan voedselzekerheid in een veranderend klimaat
Voor zowel Robert als Frank komt uiteindelijk alles samen in één vraag: hoe zorgen we ervoor dat voedselproductie betrouwbaar blijft in een wereld die verandert? Voor Robert ligt daar misschien wel de belangrijkste bijdrage van veredeling. "Met veredeling zorgen we ervoor dat we op dezelfde of zelfs minder beschikbare landbouwgrond betrouwbaar voedsel kunnen blijven produceren”, stelt hij.
Dat vraagt om aanpassing aan nieuwe klimaatomstandigheden, veranderende ziekten en plagen én aan maatschappelijke verwachtingen rondom verduurzaming. Voor Robert is dat geen keuze tussen duurzaamheid of productie, maar een kwestie van beide tegelijk waarmaken. "Wij moeten ons aanpassen aan het klimaat dat op ons afkomt, binnen economisch haalbare teeltsystemen die de maatschappij graag ziet. Daar werken we iedere dag aan”, aldus Robert.
Het debat over gewasbescherming wordt vaak gevoerd vanuit middelengebruik. Robert en Frank laten zien dat de oplossing bij Royal HZPC Group al veel eerder begint: bij de ontwikkeling van sterke rassen, bij slimme teeltsystemen en bij kennis, acceptatie en samenwerking in de hele keten. Die aanpak zetten we de komende jaren onverminderd voort.