Van meer input naar meer inzicht
De landbouw staat voor een duidelijke uitdaging. De wereldbevolking groeit, de vraag naar voedsel neemt toe en tegelijkertijd groeit de druk om efficiënter om te gaan met grondstoffen zoals water, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Voor de aardappelsector is dat niet anders. Telers moeten blijven produceren onder veranderende omstandigheden, terwijl de maatschappelijke verwachting is dat dit gebeurt met een zo beperkt mogelijke impact op het milieu. Dat vraagt om nieuwe oplossingen.
Waarom de aardappelteelt van morgen vraagt om precisie
Vaak wordt bij nieuwe oplossingen gedacht aan technologie op het erf of aan nieuwe wet- en regelgeving. Maar een deel van de oplossing ligt ook in iets anders: kennis. Begrijpen waarom een ras presteert zoals het presteert en welke omstandigheden daarbij een rol spelen.
Bij Royal HZPC Group staat die zoektocht centraal. Jaarlijks investeren we een aanzienlijk deel van onze middelen in onderzoek en ontwikkeling. Een belangrijk onderdeel daarvan is het vergroten van onze kennis over de manier waarop aardappelrassen omgaan met voedingsstoffen.
Rassen verschillen in hun voedingsbehoefte en nutriëntenefficiëntie. Niet ieder ras neemt voedingsstoffen op dezelfde manier op en niet ieder ras benut die voeding even efficiënt.
Niet elk ras is hetzelfde
In de praktijk krijgen aardappelrassen vaak vergelijkbare bemestingsadviezen. Tegelijkertijd weten we uit ervaring dat geen twee rassen exact hetzelfde zijn. Sommige rassen groeien sneller, andere bouwen eenvoudiger droge stof op. Er zijn rassen die efficiënt omgaan met beschikbare voedingsstoffen en rassen die gevoeliger reageren op tekorten. Die verschillen roepen een belangrijke vraag op: hebben alle rassen eigenlijk wel dezelfde behoefte?
Om daar antwoord op te krijgen onderzoekt Royal HZPC Group hoe verschillende voedingsstoffen de groei, opbrengst en kwaliteit van aardappelen beïnvloeden. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar stikstof, maar ook naar andere macro- en micronutriënten.
Program Leader Biometrics & Quantitative Genetics Mohammad Ghanbari ziet daarin een belangrijke ontwikkeling voor de toekomst. “Een van de belangrijkste lessen die we momenteel leren, is dat rassen verschillen in hun voedingsbehoefte en nutriëntenefficiëntie. Niet ieder ras neemt voedingsstoffen op dezelfde manier op en niet ieder ras benut die voeding even efficiënt.”
Volgens hem biedt dat kansen om het genetisch potentieel van rassen beter te benutten. “Wanneer we beter begrijpen welke voedingsstoffen bijdragen aan opbrengst en kwaliteit, kunnen we telers uiteindelijk ondersteunen met nauwkeurigere adviezen. Dat helpt om hogere opbrengsten te combineren met een efficiënter gebruik van grondstoffen.”
Als je beter weet waar een ras behoefte aan heeft, kun je veel gerichter sturen.
Van standaard naar maatwerk
De ontwikkeling past binnen een bredere beweging in de landbouw. Jarenlang draaide bemesting vooral om het voorkomen van tekorten. Tegenwoordig verschuift de aandacht steeds meer naar efficiëntie: hoe zorgen we ervoor dat een plant precies krijgt wat nodig is, niet meer en niet minder?
Dat vraagt om een andere manier van denken. “De aardappelteelt zal steeds meer draaien om nutriëntenefficiëntie”, zegt Mohammad. “Door klimaatverandering, strengere regelgeving en de milieueffecten van meststoffen wordt het steeds belangrijker om voedingsstoffen slimmer te gebruiken.”
Het uiteindelijke doel is niet om simpelweg minder meststoffen toe te passen. Het gaat erom voedingsstoffen beter te begrijpen en gerichter in te zetten. Of zoals Manager Research Operations Anouk Piquet het omschrijft: “Het idee is dat we ooit per ras een soort recept kunnen meegeven. Een soort multivitaminen voor een ras. Als je beter weet waar een ras behoefte aan heeft, kun je veel gerichter sturen.” Dat toekomstbeeld is veelbelovend, maar nog geen voldongen feit.
De kracht van data
Het onderzoek bevindt zich momenteel in het tweede jaar van een driejarig traject. Juist daarom zijn de onderzoekers voorzichtig met conclusies. De eerste resultaten zijn veelbelovend, maar het is nog te vroeg om definitieve uitspraken te doen. Onderzoek begint immers met een vraag, niet met een antwoord. Soms bevestigen de data een hypothese, soms wijzen ze juist een andere richting op. Door meerdere jaren te meten en te vergelijken ontstaat uiteindelijk een betrouwbaarder beeld van de relatie tussen rassen, voedingsstoffen en prestaties.
Om dat inzicht te ontwikkelen is betrouwbare data essentieel. Daarom werkt Royal HZPC Group samen met onderzoeks- en ketenpartners aan nieuwe manieren om voedingsstoffen in bodem en plant te meten en analyseren. Moderne analysetechnieken maken het mogelijk om veel sneller inzicht te krijgen in de voedingsstatus van een gewas dan enkele jaren geleden mogelijk was.
Dat levert niet alleen kennis op voor onderzoekers, maar biedt ook perspectief voor de praktijk.
“Uiteindelijk willen we niet alleen weten welke voedingsstoffen belangrijk zijn”, zegt Anouk. “We willen ook begrijpen waarom een ras onder bepaalde omstandigheden minder presteert en hoe we dat kunnen verklaren.”
Kennis als basis voor duurzaamheid
In maatschappelijke discussies over landbouw gaat het vaak over middelen. Over meststoffen, emissies of regelgeving. Minstens zo belangrijk is de vraag hoe kennis kan bijdragen aan oplossingen. Veredeling, data-analyse en teeltonderzoek worden vaak als losse werelden gezien. In werkelijkheid versterken ze elkaar voortdurend. Nieuwe rassen leveren nieuwe mogelijkheden op, terwijl onderzoek helpt om die mogelijkheden optimaal te benutten.
Voor Royal HZPC Group is dat geen nieuwe ontwikkeling. Al meer dan honderd jaar investeren we in kennis om de aardappelteelt stap voor stap te verbeteren. Veredeling, data-analyse en teeltonderzoek versterken elkaar daarbij voortdurend. Nieuwe rassen bieden nieuwe mogelijkheden, terwijl onderzoek helpt om die mogelijkheden beter te begrijpen en te benutten.
De proef loopt nog door en de definitieve conclusies moeten nog volgen. Maar één ding is al duidelijk: hoe meer inzicht we krijgen in de relatie tussen ras, voeding en prestatie, hoe beter we telers kunnen ondersteunen met kennis die werkt in de praktijk. Dat past bij hoe we al meer dan honderd jaar werken: stap voor stap bouwen aan betere aardappelrassen én een sterkere aardappelteelt.
